14 november 2010

Asta's ogen
Indische Nederlanders heten de eerste en best geïntegreerde minder-heidsgroep van Nederland te zijn. Maar het succesverhaal heeft een keerzijde: in veel Indische families werden de Indo-geschiedenis en -cultuur decennialang doodgezwegen. Asta’s ogen wekt beide tot leven.




Asta’s ogen is het verhaal van een gewone, maar daardoor misschien wel exemplarische familie van Indische Nederlanders, die in 1955 vanuit Soerabaja naar Nederland vertrekt. Terwijl Asta Hoyer in het voormalige Indië een welvarend leven leidde met een groot huis en bediendes, komt ze hier met haar moeder en zeven kinderen terecht in een pension in het Brabantse Oss, een industriestadje waar men op klompen loopt en nog nauwelijks ‘zwarte’ mensen heeft gezien. Van een warm welkom is geen sprake, maar Asta is vastberaden: ze gaan het redden in Nederland. Ze moeten ook wel, want er is geen weg terug.

Asta’s ogen laat zich lezen op drie manieren: als een familiegeschiedenis, als een introductie tot de Indische geschiedenis en cultuur, en als een verhaal over integratie. Een boek over mensen die overspoeld worden door de wereldgeschiedenis en gedwongen keuzes moeten maken. Over tempo doeloe en stille kracht, maar ook over de Japanse bezetting en het gedwongen vertrek; over Nederlandse maatschappelijk werksters die les geven in aardappelschillen; vetkuiven en Indorock, en ‘gemengde’ relaties tussen volbloed Nederlanders en Indischen. Een eerbetoon aan de levenskracht van de eerste generatie Indo’s in Nederland, een testament voor hun nazaten en een wijze les voor iedereen die leeft in de multiculturele samenleving.

Asta’s ogen is het verhaal van een gewone, maar daardoor misschien wel exemplarische familie van Indische Nederlanders, die in 1955 vanuit Surabaya naar Nederland vertrekt. Terwijl Asta Hoyer-Fredriks in het voormalige Indië een welvarend leven leidde met een groot huis en bediendes, komt ze hier met haar moeder en zeven kinderen terecht in een contractpension in het Brabantse Oss, een industriestadje waar men op klompen loopt en nog nauwelijks ‘zwarte’ mensen heeft gezien. ‘Begint u maar een patatwinkeltje,’ krijgt ze te horen, ‘want Nederlanders zijn gek op friet’. Van een warm welkom is geen sprake, maar Asta is vastberaden: ze gaan het redden in Nederland. Ze moeten ook wel, want er is geen weg terug.

‘Voortreffelijke reconstructie van de wederwaardigheden van dit doorsnee Indisch-Nederlandse gezin’ – Elsbeth Etty, NRC Handelsblad (boek van de week)
‘Fraaie kroniek van een gecompliceerde cultuurgeschiedenis’ – Mirjam Schöttelndreier, de Volkskrant (****)
‘Een prachtig boek. Je legt het maar moeilijk weg’ – John Jansen van Galen, Het Parool (*****)
‘Ik ben diep onder de indruk’ – Anne Jongeling, Nu.nl
‘Verplichte kost op school’ – Teun van der Keuken, Llink
‘Eveline Stoel weet wat een goed verhaal is’ – Red
‘Asta’s ogen is een prachtig én pijnlijk verhaal (…). Stoel schept een levendig beeld van de integratie van Indo-Europeanen in de jaren vijftig’ – Oog
‘Een prachtig en sfeervol tijdsbeeld met mooie en schrijnende herinneringen’ – Esta
‘Door dit boek is me pas echt duidelijk geworden wat de omvang is geweest van het gemis van het vervlogen oude Indië’ – Jet Sol, Moesson
‘Een prachtig en verhelderend boek’ – Margriet
‘(…) Nuchter maar barmhartig. (…) Eveline Stoel heeft bewezen dat Indische geschiedenis Nederlandse geschiedenis is’ – Gustaaf Peek, De Groene Amsterdammer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten